Handreiking ‘Kan-bepaling’ Gelders Genootschap

Met deze handreiking geeft Gelders Genootschap de gemeenten informatie over de inhoud en reikwijdte van de Kan-bepaling. Wat houdt het in, wat is de opgave voor gemeenten en hoe kan Gelders Genootschap daarbij assisteren? Verder bieden wij u in deze handreiking een aantal keuzemogelijkheden. Deze zijn zo geformuleerd, dat de gemeente een heldere afweging kan maken bij de nadere invulling en implementatie van de Kan-bepaling.

Wat houdt de Kan-bepaling in?
De gewijzigde tekst van art. II, 6.2 Besluit Omgevingsrecht (Bor) luidt: 1. Met betrekking tot een aanvraag ten aanzien van activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de wet vragen burgemeester en wethouders, in geval zij het inwinnen van advies noodzakelijk achten om te kunnen beoordelen of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft in strijd is met redelijke eisen van welstand als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onder d, van de wet, advies aan de welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester.

De essentie van deze wijziging is dat B&W voortaan kunnen kiezen om wel of geen advies aan de welstandscommissie te vragen ten behoeve van de welstandstoetsing, op grond van de Wabo, Bor en Woningwet. Als geen advies nodig wordt geacht, impliceert dit dat de gemeente zelf (ambtelijk) toetst of een bouwplan niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, zoals vastgelegd in de gemeentelijke welstandsnota. De introductie van de Kan-bepaling lijkt hiermee op de situatie vóór de komst van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo), die op 1 oktober 2010 in werking trad. Gemeenten hadden toen de wettelijke mogelijkheid voor een ambtelijke lokettoets van licht-vergunningplichtige bouwwerken. Hiervoor waren in de welstandsnota’s specifieke sneltoetscriteria opgenomen.

Verruiming vergunningvrij bouwen
Een belangrijk verschil met de periode van vóór de Wabo is wel dat de meeste kleinere (en voorheen licht-vergunningplichtige) bouwwerken omgevingsvergunningvrij zijn. Dat geldt dan vooral voor bijbehorende bouwwerken, dakkapellen etc. aan de achterzijde of niet grenzend aan openbaar gebied. Daarnaast zijn voor een aantal categorieën bouwwerken de vergunningvrije mogelijkheden verruimd, mits deze passen binnen de marges van het bestemmingsplan. Kleinere bouwwerken die nog wel onder de vergunningplicht vallen kunnen daarom een behoorlijke ruimtelijke impact hebben, door hun situering (voorzijde, openbare ruimte) of vanwege hun omvang en afmetingen.

Adviseren en toetsen
Met de mogelijkheid van een ambtelijke toets, vraagt de Kan-bepaling indirect aan gemeenten om een helder onderscheid te maken tussen plannen waarvoor een advies nodig is en plannen waarvoor een toets volstaat. Advisering betekent een deskundige afweging door een onafhankelijke partij van criteria en randvoorwaarden in relatie tot het plan. Toetsen impliceert de toepassing van een eenduidig kader waar een bouwplan al dan niet aan voldoet. De meeste welstandsnota’s zijn in de afgelopen twee jaar ‘Waboproof’ gemaakt, wat inhoudt dat de sneltoetskaders grotendeels geschrapt of in elk geval minder absoluut zijn gemaakt. Het aantal vergunningsplichtige kleinere bouwwerken is immers drastisch gereduceerd. Als een gemeente ervoor kiest om deels (weer) ambtelijk te gaan toetsen, zou de welstandsnota hierop moeten worden gecontroleerd en mogelijk aangepast door toevoeging van een objectief toetsingskader voor kleinere bouwwerken. De vraag is dan waar de gemeente de knip wil leggen tussen kleinere en grotere bouwwerken en daarmee tussen toetsen en adviseren.

Duidelijkheid voor burgers
De concrete beslissing over het al dan niet vragen van advies ligt bij B&W, maar het is belangrijk dat gemeenten vooraf vastleggen (bouwverordening, reglement) in welke gevallen zij het inwinnen van advies noodzakelijk achten. Deze duidelijkheid is nodig om een goed ruimtelijk kwaliteitsbeleid te kunnen voeren, ad hoc discussies te vermijden en een stevige positie te hebben in het overleg met aanvragers van een omgevingsvergunning. Bij twijfel, zowel bij de ambtenaar als bij de aanvrager, moet in alle gevallen de weg naar de onafhankelijke welstandscommissie openstaan.

Werken met de Kan-bepaling
Gelders Genootschap reikt met deze handreiking een aantal varianten aan hoe de gemeente invulling kan geven aan de welstandsadvisering in relatie tot de Kan-bepaling.

Optie 1. Voortzetten huidige werkwijze
Als de Kan-bepaling wettelijk is ingevoerd, betekent dat niet automatisch dat de gemeente haar werkwijze moet veranderen. De gemeente kan er namelijk voor kiezen om de huidige wijze van welstandsadvisering te continueren. Dat betekent dat het grootste deel van de bouwplannen door de gemandateerde rayonarchitect (gemeente-architect / stadsbouwmeester) wordt behandeld en alleen grootschalige en meer complexe plannen worden doorgeschoven naar de commissie. Deze werkwijze is reeds vastgelegd in de bouwverordening en het reglement op de welstandscommissie / commissie ruimtelijke kwaliteit (CRK). Over de frequentie en aard van het mandaat zijn afspraken gemaakt. Dat neemt niet weg dat de huidige werkwijze en het beleid kritisch kunnen worden gescand op de efficiëntie. Een aandachtspunt daarbij is de actualiteit en toepasbaarheid van de welstandsnota. De zgn. ‘Nota’s ruimtelijke kwaliteit’ zijn tegenwoordig een stuk compacter dan de 1e generatie welstandsnota’s en bevatten veel minder gedetailleerde regels. Daarmee wordt ook geanticipeerd op de nieuwe Omgevingswet. Gelders Genootschap kan u hier nader over adviseren.

Optie 2. Ambtelijke toetsing
De gemeente kiest er in deze optie voor om een aantal van te voren vastgestelde categorieën bouwwerken ambtelijk te toetsen. Alle overige bouwplannen worden voorgelegd aan de gemandateerde rayonarchitect en indien nodig de welstandscommissie of CRK. De gedachte hierbij is dat ervaren ambtenaren een deel van de kleinere opgaven zelf kunnen toetsen aan redelijke eisen van welstand, zeker als de criteria normatief en eenduidig zijn. De gemeente is dan zelf verantwoordelijk voor de ambtelijke toetsing.

Het is nodig dat de gemeente de reikwijdte van de ambtelijke toets duidelijk afbakent. Een toets zou alleen moeten gelden voor kleinere bouwplannen en plannen die voldoen aan concrete criteria. Bij twijfel, interpretatie of niet voldoen aan de welstandscriteria, wordt het plan voorgelegd aan de welstandscommissie of CRK. Dit is een heldere en noodzakelijke procesafspraak, omdat een afwijzing juridisch gezien goed gemotiveerd moet worden en (het liefst) in het openbaar tot stand moet worden gebracht. Ook moet helder zijn hoe te handelen bij bezwaren en wanneer de welstandscommissie of CRK alsnog om een beoordeling wordt gevraagd. Dit om een goede verantwoording van het advieswerk te waarborgen en de nadelen van het ‘eenhoofdig´ toetsen te vermijden.

Plannen die primair ambtelijk getoetst zouden kunnen worden:
Aanvragen omgevingsvergunning (incl. vooroverleg) en reclame-aanvragen die kunnen worden getoetst op basis van daarvoor geschikt gemaakte criteria voor kleine bouwwerken c.q. sneltoetscriteria. Denk hierbij aan plannen voor bijbehorende bouwwerken, dakkapellen en erfafscheidingen. Aanvragen omgevingsvergunning (incl. vooroverleg) die gelijk zijn aan een door de commissie vastgestelde trendsetter, of gelijk aan een eerder op of bij hetzelfde bouwblok door de commissie goedgekeurd bouwplan. Herhalingsplannen die door de commissie eerder een ‘niet akkoord tenzij’ of een ‘akkoord mits’ advies hebben gekregen en conform de opmerkingen zijn uitgewerkt.

Afbakenen van verantwoordelijkheid voor ruimtelijke kwaliteit
Het moet voor burgers op voorhand duidelijk zijn op welke categorieën bouwwerken een ambtelijke toets van toepassing is. Ook voor Gelders Genootschap is het belangrijk dat vooraf samen met de beoogde ambtenaren gezamenlijk wordt vastgesteld tot waar onze verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke kwaliteit strekt en tot waar de verantwoordelijkheid van de ambtenaar gaat.

Actualiseren welstandsnota
Een aandachtspunt bij de keuze voor een ambtelijke toets is het actualiseren van de welstandsnota, met name de aanwezigheid van eenduidige criteria voor kleinere bouwwerken. Ook als uw gemeente recent de welstandsnota heeft gewijzigd, raden wij aan om kritisch naar het kader voor kleine bouwwerken te kijken.

Actualiseren verordening / reglement
Om de ambtelijke toets te formaliseren, is het nodig de bouwverordening / het reglement welstand aan te passen. Dit vergt instemming door de gemeenteraad. Als de gemeente kiest voor ambtelijke toetsing, raden wij aan om – naast het reglement van orde – een protocol voor ambtelijke welstandstoetsing vast te stellen. Daarin kunnen onder andere de aanwijzing van de betreffende ambtenaren, de werkwijze en de regeling voor geschillen worden opgenomen.

Gelders Genootschap assisteert uw gemeente graag bij het doorvoeren van deze aanpassingen. Dat geldt ook als er behoefte is aan scholing van ambtenaren met het oog op de toetsing.

Optie 3. Andere invulling ‘Kan-bepaling’
Mogelijk kiest u voor een andere vorm van advisering dan door ons in optie 1 en 2 geschetst. Zo kan de rayonarchitect ook expliciet namens de gemeente worden gemandateerd voor de toetsing van kleine bouwwerken (in plaats van een ambtelijk mandaat). Ook in dit geval gaan we graag met u in gesprek om te kijken welke mogelijkheden er zijn.

Voor alle opties geldt dat wanneer u vóór de inwerkingtreding van de Kan-bepaling geen keuze kan of wil maken, de huidige werkwijze wordt gecontinueerd. De Kan-bepaling is immers geen plicht maar een keuze.

Meer informatie: Maurice Bogie