Sloop of hergebruik?

Een duurzame oplossing voor de St. Ludgerusschool te Lichtenvoorde
auteur: Kirsten van Zeijl

Het Gelders Genootschap ontwikkelt in samenwerking met de gemeente Oost Gelre en het Huis en Erfgoed Collectief een methode die de kansen voor het verduurzamen van een cultuurhistorisch waardevol object op een vernieuwende manier inzichtelijk maakt. Deze methode wordt ingepast in een onderzoek naar het hergebruik van de St. Ludgerusschool in Lichtenvoorde. Het behoud van dit bijzondere gebouw is niet alleen ten bate van de cultuurhistorische waarde, maar draagt ook bij aan een duurzame aanpak van de gebouwvoorraad.

De gemeente Oost Gelre staat voor een complexe opgave in Lichtenvoorde. Het huidige gebouw van de St. Ludgerusschool, een bijzonder schoolgebouw uit de wederopbouwperiode, biedt op dit moment onderdak aan speciaal basisonderwijs voor zo’n 90 leerlingen, maar is de voorkeurslocatie geworden voor een groot nieuw kindcentrum waar 6 scholen hun intrek in zullen nemen. Het object heeft een hoge cultuurhistorische waarde, maar is in zijn huidige verschijningsvorm niet bruikbaar voor de nieuwe functie. Het gebouw is te klein en niet energiezuinig. Óf de nieuwe functie geschikt is op deze locatie en op welke wijze het bestaande schoolgebouw kan worden ingepast wordt op dit moment onderzocht.

De rol van het Gelders Genootschap is inzicht geven in de waarde van het object en het tonen van mogelijkheden door in kaart te brengen waar zich vanuit het oogpunt van cultuurhistorie de ruimte zit voor ontwikkeling. Bijzonder in het geval van de St. Ludgerusschool is dat het aspect duurzaamheid opgenomen is in de ontwikkelingsruimte. Welke toepassingen zijn denkbaar tot het verduurzamen van het schoolgebouw en hoe verhouden deze zich tot de cultuurhistorische waarde. In samenwerking met het Huis en Erfgoedcollectief, een voorloper op het gebied van onderzoek naar duurzaam erfgoed, en de gemeente Oost Gelre ontwikkelt Gelders Genootschap de Dynamische Waardestelling Duurzaamheid – de DWS+d.

De eerste stap in het onderzoek is gezet door het gebouw te bekijken met een infraroodcamera. Dit geeft een mooi beeld van de warmtelekken in het gebouw. Verder draagt het behoud van het gebouw bij aan energiebesparing, doordat er geen nieuwe energie verloren gaat aan de productie van bouwmaterialen, transport en vernietiging van bestaande materialen. De school biedt verder genoeg mogelijkheden tot verduurzaming, zoals het gebruik van bufferzones, verhelpen van warmtelekken, gebruik van zonnepanelen en eventueel vervanging van enkel glas.

Het deel van de school uit 1955 is ontworpen door Charles H. B. Estourgie, waarbij er mozaïeken zijn gemaakt in de gevel door de kunstenaar Joop Kruip. Het tweede bouwdeel is in 1973 aangebouwd door architectenbureau Hebly in Aalten. Het gebruik van beeldende kunst is kenmerkend in de naoorlogse scholenbouw. 1% van het budget voor de bouwkosten moest destijds worden besteed aan kunst. Verder is kenmerkend aan naoorlogse scholen dat het een groen en open karakter moest hebben. Dit alles is terug te zien bij de St. Ludgerusschool.

De school is een variant op het type ‘gangschool’ met kenmerken van de ‘shakehands’ stijl. Er is een combinatie te vinden van traditionalistische en functionalistische elementen. Typerend zijn de in het zicht gelaten betonconstructies, de gevels opgetrokken in handvorm bakstenen, de grote vensters en de met keramische dakpannen belegde zadeldaken. Karakteristiek voor het complex is de verdeling van functies over verschillende vleugels, deels gesitueerd rond een centraal binnenterrein; de speelplaats. De school bestaat dus uit vier delen; een centraal blok met de hoofdingang en ruimte voor de directeur, de overblijvers en de werk- en huishoudklassen; een vleugel voor de meisjes; een vleugel voor de jongens en een vleugel voor de fietsenstalling met wandkunstwerken.

Meer informatie: Eva ter Braak