Historie

Gelders Genootschap bestaat meer dan 90 jaar. Het is allemaal begonnen in het begin van de vorige eeuw. Een tijd waarin de overheid zich ging bekommeren om de zorg voor goede huisvesting en een gezonde leefomgeving. Een tijd ook waarin verenigingen en organisaties ontstonden, die wilden waken over de schoonheid van stad en land. Een tijd van schone idealen over harmonische landschappen, dorpen en steden met vormgeving van goeden smaak. Men ergerde zich aan lelijke bouwwerken en detonerende (gevel) reclames. Naar voorbeeld van de in 1915 ingestelde Noord-Hollandse schoonheidscommissie werd op 15 november 1919 ‘Gelders Genootschap tot bevordering van de schoonheid van stad en land' opgericht.

De oprichters ir.A.M. Kuijsten (inspecteur volksgezondheid in Gelderland) en ir. W.F.C. Schaap (directeur gemeentewerken Arnhem) en burgemeester H.P.J. Bloemers van Rheden hoopten snel veel gemeenten te interesseren voor deskundige advisering vanuit deze vereniging. In 1923 werd de Geldersche Schoonheidscommissie ingesteld die de provincie adviseerde (over de provinciale reclameverordening) en sommige gemeenten, waaronder Apeldoorn.

Gelders Genootschap verleende medewerking aan de herbouw in de gemeente Borculo na de windhoos van 1925 en in de gemeenten in het land van Maas en Waal na de watersnoodramp van 1926. Al tijdens de tweede wereldoorlog adviseerde het genootschap over de wederopbouw in gemeenten waar veel schade was ontstaan. De advisering ging daarbij heel ver. In Scherpenzeel bijvoorbeeld werden door de architecten van het genootschap woningen ontworpen.

In 1967 kwam het bureau van Gelders Genootschap echt van de grond. De nieuwe woningwet uit 1965 verplichtte gemeenten welstandstoezicht te regelen. Veel gemeenten sloten zich aan bij de vereniging en het aantal adviezen groeide snel. De wetten Arob (1976), Stads- en dorpsvernieuwing (1985) en de Monumentenwet (1988) versterkten deze ontwikkeling.

In de periode 1985-1995 nam de waardering voor monumenten en breder, voor de cultuurhistorische waarden sterk toe. De vraag naar advisering steeg dan ook op dit terrein. Gelders Genootschap zette zich sinds 1985 in voor integrale advisering, waarbij welstand en monumentenzorg in onderling verband werden bezien.

In de Vierde Nota voor de ruimtelijke ordening (1990) werd het begrip ruimtelijke kwaliteit geïntroduceerd en ontstonden veel initiatieven om de ruimtelijke kwaliteit te bevorderen. In het dichtbevolkte Nederland ging het meer en meer om het respecteren van bestaande en het genereren van nieuwe kwaliteiten. Steeds meer gemeenten wilden grip op de te realiseren kwaliteit.

Hoewel Gelders Genootschap een vereniging van gemeenten is, heeft het bureau zich in de praktijk ontwikkeld tot een onafhankelijke adviesorganisatie. Op 1 november 1997 werd het bureau van Gelders Genootschap dan ook geprivatiseerd. De professionalisering werd doorgezet en in 2002 was het de eerste welstandsorganisatie die een ISO-certificering kreeg.

De missie ‘bevordering en instandhouding van de schoonheid van stad en land' is altijd actueel gebleven. Sterker nog: de noodzaak om kwaliteit te realiseren wordt door steeds meer mensen gevoeld. Tegenwoordig vervullen wij minder de rol van plannentoetser en juist meer als aanjager en organisator van het debat over de kwaliteit van dorpen, buurten, steden en landschappen. Wij willen bewustzijn creëren van de waarden van gebieden en buurten. We werken samen met burgers die meer eigen verantwoordelijkheid voor kwaliteit krijgen. Van daaruit ontstaat verantwoordelijkheidsgevoel voor de omgeving door gebruikers en bestuurders en zal men verantwoorde beslissingen kunnen nemen bij ontwikkelingen.