Rubriek: Post 65 in Gelderland in beeld
Brutalisme langs de Pleyroute: Omgevingskunstwerk Wim Korvinus bij Fort Westervoort 1981-1983
Ism Dienst Wegen en Verkeer Provincie Gelderland
Velen passeren dagelijks een aantal bijzondere kunstwerken langs de Pleyroute in Arnhem. Deze zijn gerealiseerd in het kader van een in 1979 bestaande 1%-regeling voor beeldende kunst die werd uitgebreid met een mogelijkheid voor het inschakelen van beeldend kunstenaars bij provinciale wegen en bruggen. Als proef koos de Provincie Gelderland voor kunstwerken langs de aan te leggen Pleyroute tussen knooppunt Velperbroek en de Nijmeegseweg. Toegepaste kunst langs snelwegen was in andere landen zoals Frankrijk en Spanje al sinds de jaren ’70 gebruikelijk. Voor Nederland en de Provincie Gelderland in het bijzonder waren kunstwerken langs (snel-) wegen in die tijd echter een novum. Ten behoeve hiervan werd de Werkgroep Omgevingsvormgeving Pleyroute opgericht. Beeldend kunstenaar Wim Korvinus werd als adviseur in deze commissie benoemd.
Een van deze, in eerste instantie wellicht niet direct als zodanig herkenbare, kunstwerken is sindsdien nauw verbonden met het monumentale restant van Fort Westervoort. Hier raken infrastructuur, geschiedenis, erfgoed in de vorm van een negentiende eeuws fort en kunst elkaar letterlijk. Ze vormen sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw dan ook een onlosmakelijk met elkaar verbonden eenheid.

Omgevingskunst
Kenmerkend voor de Post 65 periode is de opmerkelijke bloei van kunst in de openbare ruimte. Men streefde niet autonome kunst na zoals bijvoorbeeld een beeld op een sokkel maar een kunstwerk dat een duidelijke relatie had met zijn omgeving. Doel was tevens het opheffen van de scheiding tussen de disciplines architectuur, stedenbouw, kunstenaars en burgers. Daarnaast werd het verhogen van de visuele complexiteit nagestreefd en het aantrekkelijk maken van de omgeving. De kunstenaar schiep een omgeving waar ruimte was voor zowel activiteit, ontmoeting als rust. Omgevingskunst is in zekere zin cruciaal voor de beleving van de openbare ruimte, landschap, gebouwen of infrastructuur. Kunstwerk en omgeving zijn sterk met elkaar verweven.
Arnhem heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de voor de Post 65 periode kenmerkende Omgevingskunst met de zogenaamde Arnhemse School. Belangrijkste grondlegger was de kunstenaar Peter Struycken. Deze was in 1964 aangesteld als docent aan de Academie voor Beeldende Kunsten (nu ARTEZ) en had de studierichting ‘Monumentale Vormgeving’ mede-gereorganiseerd in de richting van ‘omgevingsvormgeving’. Doel was om met behulp van beeldmiddelen als vorm, kleur, materiaal en maatvoering de leefbaarheid en belevingswaarde van de stedelijke ruimte te optimaliseren. Ook Berend Hendriks speelde in deze ontwikkeling als docent een belangrijke rol. Struycken introduceerde een abstracte geometrische monumentale vormgeving. Deze is optimaal zichtbaar in een van de belangrijkste en grootste omgevingskunstwerken in ons land: de onlangs gerestaureerde door Struycken ontworpen Blauwe Golven (1977) aan het Roermondsplein. Een uniek kunstwerk door de combinatie met een parkeerplaats.
Het werk bij Fort Westervoort dateert uit een tijd waarin weer een overgang plaats vond van omgevingskunst naar autonome kunst. Het werk van Korvinus behoort tot de eerste categorie. Twee latere werken langs de Pleyroute, Observatorium van Jos Kokke en Dansen Vierkant van Marijke de Goei behoren tot de tweede categorie.

Kunstwerk Fort Westervoort
Het Fort Westervoort werd gebouwd in 1866 gebouwd bij de oprit van de van de spoorbrug en de verkeersweg naar de brug over de IJssel. Oorspronkelijk was het fort groter en werd het omgeven door een gracht. Als gevolg van de nieuwe infrastructuur bleef alleen het hoofdgebouw over.
De geplande route stond bovendien dicht op het restant van het fort en er was een tunnel nodig onder de spoorlijn. In eerste instantie ging Korvinus ervan uit dat de nieuw te bouwen onderdoorgangen geïntegreerd konden worden met het fort in de vorm van een ondertunneling of een wegomlegging. Deze opties bleken uiteindelijk te kostbaar. In plaats van een tunnel met iets verderop een viaduct werd gekozen voor een aantal viaducten met een massieve betonnen balustrade en een langerekte geknikte muur die de scheve ligging van het fort opving. Het voorstel van Korvinus knoopte de verschillende onderdelen visueel aan elkaar.
In de gestaffelde betonnen muur is een blauwe lijn opgenomen die als ware meeloopt met de automobilist. Door Korvinus aangeduid als de “Oogleuning”. Deze leidt het oog naar de vernauwing van het wegbeeld ter plaatse van de viaducten. Kunstwerk en fort worden op een ogenschijnlijk vanzelfsprekende wijze met elkaar verbonden. Een betonnen opening in het beton legt het verband met de schietgaten van het fort. Verder wordt het verdedigende en robuuste karakter van het fort weerspiegeld in de materialisering en vorm van de betonnen wanden van het kunstwerk. Het beton kreeg een zeer grove huid met een onregelmatige structuur verwijzend naar de gevels van het fort met beschadigingen door beschietingen. Dit zorgt voor een textuurverwantschap. Korvinus bleek voor het betonwerk in Nederland geen geschikte fabrikant te kunnen vinden. In Zwitserland werd tenslotte een bedrijf gevonden dat uit piepschuim samengestelde mallen kon vervaardigen die bewerkt werden om de juiste structuur te bereiken.
De schuine voet bij de gestaffelde wand heeft Korvinus vormgegeven als een echo van de IJsseldijk. Deze schuinte verbindt het landschap met het fort en de nieuwe gedrapeerde betonnen wand. Zelfs het rechtopstaande bovenste deel is niet 90 graden maar 85 graden en werkt verzachtend voor het oog. Door de schuine voet is als een afgeleide bijkomstigheid geen vangrail meer nodig. Uiteindelijk zijn de "beeldende middelen” volgens Korvinus dominant geweest voor het resultaat. Deze term gebruikte Peter Struycken bij het lesgeven op de Academie in Arnhem. Hij verwijst voor voor deze term naar het boek “Beeldvertalen” van Cor Blok (emeritus hoogleraar Kunstgeschiedenis van de Nieuwste Tijd aan de Universiteit Leiden). Zelf heeft Korvinus jarenlang in dit onderdeel lesgegeven aan de Academie.
Een neventunnel maakt het mogelijk om vanaf de andere zijde de open plaats bij het fort te bereiken. Bij aanleg van de Pleyroute was het namelijk noodzakelijk een uit 1950 daterende oorlogsmonument te verplaatsen van de Oude Veerweg, nabij de Westervoortsedijk, naar Fort Westervoort. Het is opgericht ter nagedachtenis aan veertien Nederlandse soldaten die tijdens de inval van de bezetter in de meidagen van 1940 zijn omgekomen Recentelijk is het oorlogsmonument wederom verplaatst naar een andere nog beter bereikbare plek bij het fort.
Het kunstwerk mocht al kort na de voltooiing rekenen op waardering met een eervolle vermelding van de Betonprijs in 1985.
Overige kunstwerken langs De Pleyroute
Een landschapskunstwerk van Hans Koetsier bevindt zich op de verkeersrotonde Velperbroek. Het betreft hier reeksen op ribben of dijken geplante populieren. De rijen bomen zijn schuin op de A12, met de rijrichting mee geplaatst, zodat de automobilist door de rijen heen kan kijken. De andere kunstwerken bevinden zich tussen de Andrej Sacharovbrug over de IJssel en de Nijmeegse Weg bij het Gelredome. Het betreft twee autonome omgevingskunstwerken: Het Dansend Vierkant van Marijke de Goey en het iets westelijker gelegen postmoderne Observatorium van Jos Kokke.
Tot slot
Omgevingskunst lijkt volgens de auteurs van een recente publicatie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) over dit onderwerp een van de meest bedreigde kunstvormen zijn. In 1977 zag de door de Stichting Kunst en Bedrijf uitgeven publicatie Kunst en Omgeving het licht. In deze publicatie zijn honderdtwintig kunstwerken opgenomen. Uit onderzoek van de RCE is gebleken dat inmiddels ca. 70% van deze kunstwerken geheel of gedeeltelijk verdwenen is. De bewaard gebleven kunstwerken langs de Pleyroute vormen een voor Gelderland unieke collectie. Ze zijn exemplarisch zijn voor de veranderingen in de opvattingen over kunst in de openbare ruimte in de jaren ’80 van de vorige eeuw en getuigen van de hoge ambities en het pionierswerk in die tijd.