Mona keijzer 2025 1

STOER: Houd oog voor kwaliteit van onze leefomgeving

Het programma STOER van minister Mona Keijzer wil vaart maken met woningbouw door tegenstrijdige en overbodige regels op te ruimen. Logisch, de druk op de woningmarkt is hoog. Maar hoe zorgen we dat snelheid niet ten koste gaat van kwaliteit?

In het eerste STOER-rapport, onder leiding van emeritus hoogleraar gebiedsontwikkeling Friso de Zeeuw, klinken stevige aanbevelingen door over het schrappen of versoepelen van onder andere ruimtelijke kwaliteitscriteria, zoals welstand. Daar is vanuit verschillende hoeken – waaronder de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit (FRK) – kritisch op gereageerd. 

Het Gelders Genootschap (GG), als actief lid van deze federatie, leverde input voor die reactie. Vanuit onze praktijkervaring in Gelderland herkennen we de zorgen over het mogelijk wegduwen van belangrijke lokale afwegingskaders. Want wie zegt dat ‘minder regels’ automatisch leidt tot ‘meer en betere woningen’?

Lokale kwaliteit vraagt om lokaal maatwerk

Natuurlijk willen ook wij als Gelders Genootschap dat er sneller woningen bijkomen. In Gelderland is de druk minstens zo hoog als elders. Maar juist omdat onze provincie zo rijk en gevarieerd is – met steden, dorpen, landschappen en erfgoed – werkt een landelijke eenheidsaanpak niet.

Goede omgevingskwaliteit maakt een plek leefbaar. Nieuwe huizen zijn meer dan beton en bakstenen: ze maken deel uit van een wijk, een buurt, een landschap. En of een ontwikkeling goed ‘valt’ in z’n omgeving, laat zich moeilijk centraal vastleggen. 

Mensen willen wonen in een prettige, verzorgde omgeving waar je je thuis voelt. Die kwaliteit ontstaat door lokaal vakmanschap, samenwerking en kennis van de plek.

Welstand: rem of juist versneller?

Volgens het rapport werkt welstand belemmerend. Maar klopt dat beeld wel? In onze ervaring helpt vroegtijdige kwaliteitsadvisering plannen juist vooruit. Gemeentelijke adviescommissies zorgen vaak voor snellere procedures, doordat ze initiatiefnemers al in een vroeg stadium richting geven.

Onze adviseurs denken mee vanaf het begin, voeren de dialoog en zoeken altijd naar de plus in een plan. Geen nee, maar hoe dan wél.

De roep om ‘minder details’ roept vragen op: wat bedoelt men eigenlijk met ‘architectonische details’? Gaat het om een gootlijntje of om een hele aanbouw? En als we dit soort zaken niet meer toetsen, wie bewaakt dan de samenhang van onze dorpen en steden?

Ruimtelijke kwaliteit ontstaat niet in Den Haag

Gemeenten hebben de vrijheid om hun beleid voor ruimtelijke kwaliteit naar eigen inzicht in te richten – en dat werkt. Op veel plekken is er een goede samenwerking tussen gemeentelijke kwaliteitsadviseurs, stedenbouwkundigen en ontwerpteams.

Een landelijke richtlijn kan nooit de lokale context vervangen. Wat in Apeldoorn werkt, hoeft in Culemborg niet te passen. Ruimtelijke kwaliteit vraagt om gevoel, kennis van de plek, en samenwerking tussen partijen met hart voor de leefomgeving.

Juist door ruimte te geven aan lokale teams ontstaat kwaliteit: gebouwen die passen, buurten die leven, landschappen die blijven ademen.

Onze oproep

Blijf aandacht geven aan ruimtelijke kwaliteit. Zie het als wat het in de praktijk vaak is: een motor voor kwaliteit, en juist géén rem. We pleiten samen met de FRK voor een aanpak waarbij kwaliteitsadvisering onderdeel is van het hele proces – niet als dwingend keurslijf, maar als partner in goede plannen.

Dat standpunt wordt intussen breed gedeeld. Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) steunt de ingezonden reactie van de FRK. En dat onderstreept: kwaliteit wáárborgen, daar sta je nooit alleen in.

Lees hier de volledige reactie van de Federatie.