Werken en studeren combineren: Tom Pelgrum over zijn master Kunstgeschiedenis
Bij het Gelders Genootschap kun je werken en studeren prima combineren! Onze adviseur erfgoed Tom Pelgrum heeft de afgelopen periode naast zijn werkzaamheden voor het Gelders Genootschap namelijk ook de Master Kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht gevolgd. Onderdeel van zijn studie was een stage bij BOEi. Onlangs heeft Tom zijn studie succesvol afgerond. In dit artikel kijkt hij terug op de afgelopen periode.
Recent ben ik afgestudeerd van de Master Kunstgeschiedenis aan de universiteit Utrecht. Van september 2025 tot juli 2026 heb ik naast het werk bij het Gelders Genootschap als adviseur Erfgoed de MA Kunstgeschiedenis gevolgd aan de Universiteit Utrecht. Het afgelopen jaar stond daarmee in het teken van een intensieve combinatie van werken en studeren, gevuld met enorm veel gave ervaringen en hoogtepunten, maar zeker ook nieuwe opgaven.
De opleiding bood volop ruimte voor inspirerende ervaringen. Onder andere kregen wij opdracht een podcast op te nemen over Jachthuis Sint Hubertus van H.P. Berlage, met als thema: ‘St Hubertus, een architectonische evolutie of -revolutie?’ Daarnaast kregen wij exclusieve rondleidingen door o.a. Huis Barnaart en het Hodshon Huis in Haarlem. Ook werd de gelegenheid geboden een bouwhistorisch onderzoek uit te voeren naar objecten uit de vastgoedportefeuille van ASR verzekeringen. In groepsverband verrichte ik onderzoek naar de voormalige Hoofdwacht aan het Buitenhof 19 in Den Haag.
De combinatie studie en werk bij het Gelders Genootschap gaf soms een unieke samensmelting van theorie en praktijk. Zo kan ik me nog een dinsdagmiddagcollege herinneren over culturele publieksparticipatie, waarna ik in volle vaart richting Venray reed om voor het Gelders Genootschap een workshop over immaterieel erfgoed te mogen verzorgen. Ook de mogelijkheid om met ervaren collega’s te kunnen sparren over essay-vraagstukken heeft mij waardevolle nieuwe inzichten gegeven.
Een belangrijk onderdeel van de master was de scriptie. Onder begeleiding van dr. Eva Roëll onderzocht ik in hoeverre de restauratiepraktijk van architect Willem Anthonie (W.A.) Heineman (1923–2018) aansloot op de in zijn tijd gangbare restauratieprincipes. Vanuit zijn architectenbureau in Velp was Heineman tussen 1957 en 1970 hoofdverantwoordelijke voor een groot aantal restauratieprojecten in Gelderland en omgeving. Zo restaureerde hij verscheidene panden in Bronckhorst, Arnhem en Doesburg; verrichte hij werkzaamheden aan Huis Bergh en het voormalige muntgebouw te ’s-Heerenberg; reconstrueerde hij de 17e-eeuwse vormgeving van het zwaar beschadigde Huis Aerdt te Herwen en was hij intensief betrokken bij het stadsherstel van het Bergkwartier in Deventer. Ondanks zijn uitgebreide oeuvre, en betiteling als restauratieautoriteit door tijdgenoten, is naar Heinemans restauratiepraktijk nooit onderzoek gedaan. Het onderzoek is interessant omdat het aan een veel bredere, actuele vraag raakt: Hoe waarderen we restauraties of reconstructies bij monumenten, en hoe gaan we hier mee om bij nieuwe ingrepen?
Ook hier heeft de combinatie van studie en werk positief gewerkt. Via het Gelders Genootschap had ik toegang tot een breder bronnenbestand om de restauratiepraktijk van Heineman te kunnen plaatsen in zijn tijd. Wil je meer weten over de scriptie? Hou dan de Beeldspraak goed in de gaten, of stuur me een mail!
Het studiejaar werd afgesloten met het lopen van een stage bij een relevante erfgoedpartij. Nu heb ik bij het Gelders Genootschap al het nodige mogen zien, maar ik wilde mijn stage inzetten om me ook hierbuiten verder te kunnen verdiepen in hoe betekenis- en waardevolle plekken dagelijks een positieve, concrete invloed blijven hebben op de identiteit-, het leven en de omgeving van mensen.
Ik kreeg, mede dankzij de flexibiliteit van het Gelders Genootschap, de mogelijkheid om twee maanden mee te lopen met Sylvia Pijnenborg, co-directeur van BOEi; een maatschappelijke onderneming gericht op de duurzame herbestemming van industrieel, agrarisch en religieus erfgoed. Vanuit een andere invalshoek, is BOEi dagelijks bezig met gelijke erfgoedvraagstukken.
Een belangrijk onderdeel van de stage bestond uit het zelfstandig uitvoeren van een bouwhistorisch onderzoek naar de door BOEi beheerde Waalse Kerk (1924) in Rotterdam. Onder begeleiding van bouwhistorica Kim Heuvelmans bracht ik de bouwgeschiedenis en cultuurhistorische waarden van het complex in kaart. Daarbij bleek vooral het nog grotendeels intacte meubelensemble van W.H. Gispen (1890-1981) een bijzonder waardevol onderdeel van het gebouw, waarmee de kerk en zijn interieur een zeldzaam voorbeeld vertegenwoordigt van het begin twintigste-eeuwse Rotterdam.
Naast het bouwhistorisch onderzoek heb ik een kernkwaliteitenonderzoek uitgevoerd naar de kasteelruïne Huys ter Horst in Limburg, onder begeleiding van cultuurhistorica Daniela van Groningen. In plaats van te kijken naar de intrinsieke waarden, leerde ik hier juist te zoeken naar de abstracte kwaliteiten die de plek door de tijd heeft behelst en nu nog vertegenwoordigt. Het onderzoek heeft geleid tot een vijftal beleefbare kernkwaliteiten, die bij nieuwe ontwikkelingen als kader of inspiratie kunnen dienen om de betekenis van de plek te borgen of versterken.
Minstens zo leerzaam was het meelopen met Sylvia. Van bestuursvergaderingen tot locatiebezoeken en onderzoek: iedere dag liet zien hoe uiteenlopende disciplines bij BOEi samenwerken om erfgoedlocaties, verspreid door heel Nederland, een (soms nieuwe) betekenis en maatschappelijke meerwaarde te geven. Overleggen over financiering, subsidies, exploitatie en projectontwikkeling maakten duidelijk dat behoud van erfgoed mogelijk is wanneer cultuurhistorische waarden samengaan met een realistische businesscase. Ook bijeenkomsten van organisaties als de Federatie Instandhouding Monumenten (FIM) en de Samenwerkingsorganisatie Monumenteneigenaren (SOM) boden waardevolle inzichten in actuele thema's zoals klimaatadaptatie en veranderende regelgeving, maar ze boden mij vooral een beter inzicht in de breedte van het erfgoedveld.
Inmiddels ben ik weer met veel plezier fulltime aan het werk bij het Gelders Genootschap. Ik kijk met trots terug op een toch wel gek en intensief jaar. Momenteel ben ik vooral benieuwd welke nieuwe uitdagingen de toekomst zal brengen.