Rubriek: Post 65 in Gelderland in beeld
Stadhuis Apeldoorn (1987-1992) – Hans Ruijssenaars
Een huiskamer als symbool van de stad.
Een van de belangrijkste gebouwen in Gelderland uit de Post 65 periode is het nieuwe stadhuis van Apeldoorn. Het betreft een ontwerp van prof. ir. Hans Ruijssenaars en kan beschouwd worden als een hoogtepunt in zijn oeuvre.
Hij ontwierp in de loop der jaren meerdere projecten voor deze stad waaronder de Openbare Bibliotheek aan de Vosselmanstraat, inmiddels een gemeentelijk monument. In het najaar van 2025 werd op initiatief van de Stichting Apeldoornse Monumenten een tentoonstelling gewijd aan het werk van Ruijssenaars in Apeldoorn, mede naar aanleiding van de aanwijzing van het stadhuis als beeldbepalend pand.
Ruijssenaars genoot zijn opleiding in Delft om daarna een jaar in de leer te gaan bij de gerenommeerde Amerikaanse architect Louis Kahn (1901-1974). De ideeën van Kahn zouden terug in Nederland een belangrijke rol spelen bij de totstandkoming van het imposante oeuvre van Ruijssenaars.
Apeldoorn was in de naoorlogse jaren een van de snelstgroeiende steden en zou uitgroeien van een stad van ca. 30.00 inwoners in 1930 tot bijna 150.000 inwoners rond de eeuwwisseling. Met de groei van het aantal inwoners groeide ook het aantal ambtenaren en daarmee de benodigde huisvesting. Het oude negentiende eeuwse, in de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigde, gemeentehuis voldeed niet meer evenals de overige verspreid gelegen later in gebruik genomen kantoorgebouwen.
Gemeentehuizen in de jaren ’80
De bouw van gemeentehuizen neemt in de jaren ‘80 van de vorige eeuw een grote vlucht. De schaalvergroting als gevolg van gemeentelijke herindelingen maar ook de forse bevolkingsgroei vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw, de daarmee gepaard gaande stads- en dorpsuitbreidingen, en de uitbreiding van het takenpakket stimuleren de bouw. Dit zou ook leiden tot de bouw van afzonderlijke gemeentekantoren. In Apeldoorn werd in 1972 een gemeentekantoor gerealiseerd op de hoek van de Sprengenweg en de Badhuisweg dat na de oplevering van het nieuwe stadhuis werd verlaten.
Gemeentehuizen zijn gebouwen die ‘letterlijk en figuurlijk midden in de maatschappij staan’. ‘Ze kunnen gezien worden als de versteende uitdrukking van burgerschap, politiek ideologie, wet- en regelgeving, maar ook van architectuur en stedenbouw’. Nieuwe spraakmakende ‘huizen van de stad’ verrijzen o.a. in Amsterdam, Almere, Lelystad en Den Haag. In Amsterdam is de Stopera een wonderlijke combinatie van een stadhuis en opera/balletgebouw (Cees Dam / Wilhelm Holzbauer). In Den Haag verrijst een kolossaal stadhuis van de hand van de bekende Amerikaanse architect Richard Meier. Ze vallen op door hun maat, schaal en monumentaliteit die breekt met het kleinschalige karakter van voorheen.
Ook het Apeldoornse stadhuis valt op door de imposante 130 meter lange gevel en de ongekende monumentaliteit. De bijna symmetrische voorgevel met een dubbele rij kolommen, decoratief metselwerk geïnspireerd op het Dogenpaleis in Venetië en de rechts gelegen vrijstaande toren versterken dit karakter. De ligging aan een groot plein waar de markt wordt gehouden onderstreept het belang van het gebouw. Volgens een krantenartikel uit 1988 moest er sprake zijn van een stadhuis ‘met allure, geen High Tech, een sobere voornaamheid en het moest de stedeling verrukken maar de dorpeling niet van zich vervreemden’.
Volgens Ruijssenaars zou je de colonnade ook kunnen zien als een verwijzing naar voor de Apeldoorn karakteristiek villa’s uit de jaren rond 1900. Deze zijn vaak voorzien van serres en veranda’s die als toevoeging aan de hoofdmassa een soortgelijke functie als nu de colonnade vervullen.
Representatie en architectuur
De architectuur van gemeentehuizen wordt al eeuwen gekenmerkt door het uitdrukken van macht, gezag en representatie. Vanaf de jaren zestig maakt deze traditie plaats voor het gemeentehuis als uitdrukking van de democratie waarbij transparantie en toegankelijkheid belangrijke thema’s worden. Typische gebouwdelen als torens, bordessen en balkons verdwijnen in de jaren zeventig. In de loop van de jaren tachtig worden ze, tegen achtergrond van de opkomst van het Postmodernisme en de toegenomen belangstelling voor architectuur uit het verleden, weer incidenteel toegepast. En ontstaat een vrijere omgang in met architectuur waarbij ontwerpen een optelsom van verschillende elementen vormen.
In het Apeldoornse stadhuis komt dit tot uitdrukking in de gevels die niet vlak zijn maar bestaan uit verspringende delen uitgevoerd in verschillende materialen. Deze zorgen er bijvoorbeeld voor dat de lange wand aan het Marktplein niet gaat werken als een muur. De gevel is beneden opgebouwd uit glazen bouwstenen en helder glas waarboven decoratief metselwerk en een dakrand met een kraag van draadglas. De ruimtelijke en de materiële verscheidenheid levert beeld op dat sterk aanspreekt.
De Publiekshal
Kern van het stadhuis in Apeldoorn is het centrale plein oftewel de Burgerzaal geïnspireerd op de Burgerzaal van het oorspronkelijk als stadhuis gebouwde Paleis op de Dam in Amsterdam. Deze bijzondere ruimte was niet opgenomen in het programma van eisen en heeft Ruijssenaars zelf toegevoegd. Desondanks is het stadhuis binnen het budget gerealiseerd.
De Burgerzaal heeft verschillende functies. Het is niet alleen een ontvangstruimte maar biedt ook de mogelijkheid voor tentoonstellingen, muziekuitvoeringen, belangrijke bijeenkomsten, ontvangstruimten en manifestaties. De 20 meter hoge en 30 meter lange ruimte heeft aan weerskanten trappen die de verschillende verdiepingen verbinden. De ruimte ontvangt van alle zijden daglicht. Alle verdiepingen zijn georganiseerd rondom deze centrale ruimte. Aan de westzijde bevinden zich onder meer de Raadszaal en de commissiekamers. Aan de oostzijde is o.a. de Stadswinkel te vinden en zijn spreek- en vergaderkamers opgenomen. Het gebouw is zo ontworpen dat er sprake is van grote vrij indeelbare ruimten die een flexibel gebruik mogelijk maken.
Duurzaamheid
Het stadhuis was na oplevering het grootste gebouw in Nederland zonder een klimaatbeheersingssysteem en was duurzaam ‘avant la lettre’. Er wordt namelijk gebruikt gemaakt van een natuurlijk ventilatiesysteem met nachtventilatie waarbij de overdag in het gebouw opgeslagen warmte ’s-nachts wordt afgevoerd via natuurlijke trek. Koelere buitenlucht wordt ’s-nachts via de kleinere raampjes het gebouw ingezogen.
Een toren voor de marktmeester
Aan de oostkant bevindt zich een 20 meter hoge toren met bovenop een stalen wenteltrap. Deze dient als onderkomen voor de marktmeester. Ruijssenaars vond dat een toren als baken hoort bij een stadhuis als een toren bij een kerk.
Tot slot.
Het stadhuis is een breuk met de meer anonieme architectuur uit de voorgaande periode. Het is een toonbeeld van representativiteit en draagt op unieke wijze bij aan de identiteit van de stad Apeldoorn. De architect is er uitzonderlijk goed in geslaagd vorm te geven aan de gewenste allure, voornaamheid (zij het niet sober) en om de inwoners in al hun verscheidenheid te verrukken en niet van zich vervreemden. Het is inmiddels het ruimtelijk, levendige en toegankelijk middelpunt van de stad en bovendien een innovatief en vroeg voorbeeld van duurzame moderne architectuur.
In deze reeks zal de volgende bijdrage gewijd zijn aan de zogenaamde boerderijflats van het experimentele woningbouwcomplex ’t Simmelink (1973-1980) in Eibergen. Een opmerkelijk ontwerp van de eigenzinnige Haagse architect Sjoerd Schamhart.