Gelders genootschap hero klimaatadaptatie Nijbroek

Samenwerken aan een toekomstbestendige polder Nijbroek.

Ingeklemd tussen de IJssel en de Veluwe ligt de polder Nijbroek, waar bewoners al eeuwenlang kampen met wateroverlast. Hoe maken we een toekomstbestendige polder waarin veilig gewoond en geboerd kan worden? Wat kan de landschapsgeschiedenis ons leren? En hoe houden we rekening met het veranderende klimaat? Om die vragen draait het in het project Nieuw Drassig Land, vertelt projectleider Hanneke Stenfert van ontwerpbureau Open Kaart. Bewoners en experts – ook van het Gelders Genootschap - trekken samen op.

Cultuurhistorie speelt een belangrijke rol in Nieuw Drassig Land, benadrukt Hanneke. “We vroegen zowel bewoners als experts om hun inbreng en willen samen oplossingen vinden die passen bij de logica van het landschap. Kennis van de geschiedenis helpt dan om dat landschap te begrijpen. Het Gelders Genootschap analyseerde de bruggen en duikers en bracht de historie van de weteringen van de polder in kaart.”

Terug in de tijd

En wat weten we nu? In elk geval dat de weteringen in Nijbroek een belangrijk onderdeel zijn van de waterhuishouding en het landschap. Vanaf ongeveer 50.000 voor Christus ontstonden vanaf de Veluwe beekdalen die door Nijbroek in het IJsseldal uitmondden. Hierna ontstond een moerassig landschap, gevoed door kwelwater vanaf de Veluwe.

In 1328 werden de ontginningsrechten voor Nijbroek uitgegeven. Een enorme ingreep in het natte landschap, waarbij weteringen het water uit het drassige gebied moesten afvoeren. De lange, smalle middeleeuwse ontginningsstructuren zijn nog altijd goed terug te zien in het landschap. Duizenden jaren later zijn de oude beekdalen nog steeds aanwezig en zelfs zichtbaar. Hier en daar met het blote oog, maar op de hoogtekaart van het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland) nog beter te zien.

Grondboring levert veel op

Er werd al langer gedacht dat de Nijbroekse Wetering voor een deel door een oude beekdal liep. Met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is een grondboring gedaan om hier meer over te weten te komen. Daarin werd veel klei gevonden. Zo weten we dat de polder regelmatig werd overspoeld door water uit de IJssel, totdat door opslibbing zowel de IJssel als de oeverwallen hoger kwamen te liggen. Het water vanaf de Veluwe kon toen niet langer afstromen naar de IJssel.

Dit verklaart ook waarom de weteringen niet van het zuidwesten naar het noordoosten stroomden, maar van het zuiden richting het noorden naar Hattem zijn uitgegraven. En inderdaad: de Nijbroekse Wetering volgt voor een klein deel de loop van het oude beekdal. Het beekdal vormde een natuurlijke laagte in het landschap die is gebruikt voor de aanleg van de Nijbroekse Wetering. De boring leverde dus de verklaring voor de nog altijd natte lager gelegen gebieden en hielp om de ontwikkeling van de weteringen in context te plaatsen.

Strijd tegen het water

Ook bestudering van oude kaarten leverde bruikbare informatie op. Na de inpoldering en de aanleg van de weteringen lijkt niet veel te zijn veranderd tot de twintigste eeuw, toen Nederland de strijd tegen het water aanging.

In het natte Nijbroek was dat niet anders. In een krantenknipsel uit 1935 wordt geschreven hoe ‘full speed’ werd gewerkt aan een afwateringssloot, om het overtollige water in de Wetering te lozen. Dit mocht niet baten, ook in de jaren hierna stonden grote delen van de polder regelmatig onder water. Aan het einde van de jaren vijftig werd de Nijbroekse Wetering daarom verruimd en rechtgetrokken.

Aanknopingspunten voor nieuwe ontwikkelingen

De landschapsgeschiedenis biedt aanknopingspunten voor nieuwe ontwikkelingen in de polder. Door kaarten te vergelijken werd duidelijk waar de oude wetering en de verlegde wetering van elkaar verschillen. In de gronden tussen de oude en nieuwe wetering liggen kansen voor waterberging en natuurvriendelijke oevers. Zo ontstaat een mooie combinatie van ecologie, klimaatadaptatie en cultuurhistorie. Dit soort ingrepen maken de oorspronkelijke loop van de Nijbroekse Wetering beleefbaar.

“Voor lokaal maatwerk in klimaatadaptatie moeten verschillende perspectieven samenkomen”, onderstreept Hanneke. “De specifieke kennis over de weteringen bood samen met andere expertinput aanknopingspunten voor het ontwerp van klimaatadaptieve oplossingen. De historische loop van de weteringen toonde bijvoorbeeld plekken waar de weteringen vroeger meer slingerden. Deze vaak lage gronden zijn interessant voor bredere, natuurvriendelijke oevers of natte bosjes. Cultuurhistorische kennis hebben we zo op een constructieve, creatieve manier gecombineerd met bijvoorbeeld hydrologische en ecologische inzichten.”