Stedelijk erfgoed door de ogen van Arnhemmers met een Turkse achtergrond.
een afstudeeronderzoek naar de culturele betekenis van de Arnhemse omgeving voor Turkse-Nederlanders door de Faro-lens.
Tussen september 2024 en maart 2025 schreef Tom Pelgrum zijn bachelorscriptie voor de studie Geschiedenis aan de Radboud Universiteit in het kader van een stage bij het Gelders Genootschap. Het hoofddoel van het onderzoek was het achterhalen op wat voor manier Arnhemse Turkse-Nederlanders betekenis geven aan- en halen uit de stedelijke ruimte, en welke zaken hiervan als een vorm van erfgoed kunnen worden beschouwd.
De vraag vanuit het Genootschap om uit te zoeken hoe inclusiever kan worden omgegaan met erfgoed, gecombineerd met zijn eigen interesse in de relatie tussen erfgoed en identiteit heeft het onderzoek vorm gegeven. De inclusiviteitsvraag is mede ontstaan door de nieuwe ambities van het erfgoedveld na het ondertekenen van het Verdrag van Faro. Het doel was om de theorie te verbinden met persoonlijke verhalen van Arnhemmers.
Het onderzoek volgde twee sporen. Eerst is een landelijke ontwikkeling verkent- hoe wordt er gekeken naar het Verdrag van Faro in Nederland? Hij analyseerde onder andere de ‘Uitvoeringsagenda Onderweg naar Faro’, waarvan één ambitie de aandacht trok: ‘een open houding voor andere erfgoedopvattingen’. Maar wat betekent dat precies in de praktijk? En hoe geef je dat vorm? Samen met de basisingrediënten van het nieuwe ‘Faro denken’ startte een ontdekkingstocht om grip te kunnen krijgen op deze vragen.
Om die vragen dichterbij te brengen, ging Tom op zoek naar verhalen en plekken in Arnhem die betekenisvol zijn voor mensen met een Turks-Nederlandse achtergrond. Hiervoor bracht hij regelmatig een bezoek aan de Islamitisch Unie Ayasofya in de wijk Klarendal- een moskee en wijkcentrum waar veel Arnhemmers met een Turks-Nederlandse achtergrond samen komen. In gesprekken met bezoekers haalde hij herinneringen op en vroeg hij naar plekken die een rol spelen in hun persoonlijke of gedeelde geschiedenis.
Aanvankelijk was de verwachting dat er veel verhalen over het arbeidsmigratie-verleden gedeeld zouden worden, maar tijdens het uitvoeren van het onderzoek werd duidelijk dat de verhalen over het leven van ouders en grootouders niet altijd even bekend waren. Bahaeddin Budak, vertegenwoordiger van het Islamitisch Centrum Ayasofya, vertelde bijvoorbeeld dat zijn vader in barakken nabij Deventer heeft gewoond- barakken die inmiddels allang zijn verdwenen. ‘Het zweet van mijn vader zit wel in het asfalt van de A12,’ vertelde hij. Het feit dat zijn vader hier onderdeel van was schiep een bepaalde trots, maar het verdwijnen van de barakken werd ervaren als iets vervelends. Tegelijk uitte hij zijn zorgen: ‘Ik ben bang dat de jongste generatie niet weet wat hun grootouders hier vroeger hebben gedaan.’ Tom vertelt dat hij de indruk kreeg dat de herinneringen aan dit verleden, samen met de restanten in de openbare ruimte, aan het verdwijnen zijn.
Om het gevoel van verbondenheid met een identiteit zichtbaar te maken, experimenteerde Tom met een AI-gegenereerde afbeelding van Turks-Nederlands erfgoed in Arnhem. Dit kleine experiment laat zien wat een kracht de zichtbaarheid van een identiteit in de openbare ruimte zou kunnen hebben voor een groep mensen. Tegelijk laat het zien dat wanneer de kenmerken (bijvoorbeeld het erfgoed) die verbonden zijn aan een groepsidentiteit niet zozeer bekend zijn, het beeld niet verder gaat dan stereotypen, wat weer zou kunnen leiden tot stigmatisering.
Met dank aan collega’s die mij hebben gewezen op ontwikkelingen en lopende projecten, samen met het kunnen gebruiken van het netwerk van het Gelders Genootschap om daarmee deskundigen te kunnen spreken, is de scriptie onderhand succesvol afgerond met een 7,5. Ik werk nu als trainee erfgoed bij het Gelders Genootschap, en in september start ik met de MA kunstgeschiedenis in Utrecht.